schrijver en dichter

Auteur: henrysepers.nl (Pagina 3 van 24)

Shanghai

Ik krijg ongekookte noedels geserveerd en denk: het zal wel zo horen.
Mijn ei is in thee gekookt en ik ben bang dat er een kuikentje in zit.
Als ik in de lift sta van het hotel, stapt er een robot in die tegen me begint te praten.
In het Chinees.
Hij is van de roomservice en heet ‘delivery boy’.
Stapt uit op de derde verdieping en zegt me gedag (vermoedelijk).
Iedereen is hier elkaar steeds aan het fotograferen.
Vooral de meisjes zoeken naar lieftallige poses,
zwaaien met inktzwarte haren, hun handen aaien de lucht.
Ze dragen hun mooiste kleren, zijn dun als rijstpapier,
zoeken de bevallige lijnen van een pentekening.
Bij elk zebrapad staat een agent.
Op elke straathoek staat een agent.
Op elke straathoek hangt een camera.
Ik lach in elke camera.
Veel op internet mag niet van Xi. De Volkskrant mag niet van Xi.
Facebook mag niet van Xi. Het spelletje solitaire mag niet van Xi.
Ik praat met de receptionist via een vertaalapp.
Alle contact wordt omgezet, getransformeerd, aangepast.
Volwassen vrouwen dragen kinderkleding in zoete kleurtjes.
Altijd weer die zoete kleurtjes. Alsof de atmosfeer besuikerd is.
Uit het museum van de communistische partij stromen functionarissen naar buiten.
Ze dragen naambordjes en hebben zwarte pakken aan.
Ik blijk onhandig te zijn in het eten met stokjes, het hele restaurant lacht.
Ik lach maar wat terug, terwijl de mie terugglijdt op mijn bord.
Aan de overkant van de rivier staan futuristische gebouwen.
Bollen, naalden, kubussen, torens.
’s Avonds vergaapt men zich aan de lichtshow op de gebouwen.
De gebouwen blijken videoschermen, ik wist niet dat er zoveel kleuren op pasten.
Zoete kleuren, overal die zuurstokkleuren.
In de etalages. Aan de gevels. In de winkels. Op de feeëriek verlichte schepen.
We varen dromerig langs de Lethe
want vermaak dient tot vergeten.
Hello grandfather, hello grandmother, zegt een jongetje,
in plechtig Engels tegen ons.
Er is een chocolademuseum met een chocoladepaard.
Er is een kattenparadijs met prachtige katten die zich nuffig
neervlijen in zoetgekleurde manden.
Een meisje wil thee met ons drinken en souvenirs verkopen.
Ik ben een toerist in het diepst van mijn gedachten.
Ik ben een toerist in het diepst van haar gedachten.
Ik loop door de boeddhistische tempel. Het schittert er, het blinkt er.
De Boeddha schiet gouden pijlen af.
De wachters kijken grimmig. De gelovigen branden wierook en buigen en buigen en buigen.
Ze kopen wenskaartjes, schrijven daar hun geheime wensen op en verbranden die.
Ze verbranden wat ze kochten van de chantende monniken.
Ik zou de as willen verzamelen en hun wensen laten herrijzen,
want wie zet nou de fik in zijn wensen.
Lelijke woonblokken van grauw beton verdringen de traditionele huizen.
De winkels op de Nanjing Road zuigen alle kleuren op.
Alles eindigt hier als snoepgoed.
Daarom zijn de woonblokken zo grijs,
alle kleur is concentreert zich in snoepgoed.
In de publieke toiletten zijn ‘squating pans’ voor mannen,
want ze mogen niet meer op straat spugen.
In het park van People’s square prijzen ouders hun zonen
en dochters aan op de huwelijksmarkt.
Slank. 1.70. 55 kilo. Afgestudeerd aan technische universiteit. Knap en aantrekkelijk.
Even verderop leert een oude man mij Tai Chi.
Hij zegt: hoe meer kracht jij gebruikt, hoe sneller ik je uit evenwicht kan brengen,
ik maak gebruik van jouw kracht.
Ik knik, ik knik, ik lach en de mannen, vrouwen kinderen knikken en knikken en lachen.
Zo bezweren we elkaars vreemdheid.

Ik kan alleen maar kijken, ik kom hier niks te weten.
Ik ben hier veel te kort.
Mijn ogen doen pijn van al het onbekende.
Wij zijn de enige witten in het restaurant.
Ik kan al iets beter met stokjes eten.

God is geld

GOD IS GELD

Nog eens over godsdienst. Op Lombok is de islam nadrukkelijk aanwezig. Het kleinste dorp heeft vaak meerdere moskeeën, waarvan de muezzins elkaar met hun gebedsoproepen proberen te overstemmen, vaak via krakende geluidsinstallaties. Niemand die er acht op slaat. Het is een natuurverschijnsel waar je net zo makkelijk aan went als aan voortdenderende treinen als je naast het spoor woont. Alcohol is verboden, maar wordt overal geserveerd, ook als het niet op de menulijst staat. De mannen hebben soms flacons palmwijn of arak bij zich en op mijn vraag of de imam ook weleens drinkt, was het antwoord: ‘natuurlijk niet (grijns) al zullen we dat nooit zeker weten’. Bij de receptie van ons hotel zitten gesluierde meisjes, terwijl op een paar meter afstand hun westerse seksegenoten in minuscule bikini’s langs het zwembad paraderen. Oudere vrouwen liggen op yogamatjes op het strand en doen met trage bewegingen een gooi naar het hogere. 
Een kleine minderheid van de bevolking komt uit Bali en is Hindoe. We bezochten een tempel en werden door de hoogste leider rondgeleid. Beelden met geruite rokjes. Een vijver waar palingen in zouden zitten. Voordat we naar die plek gingen, moesten we betalen voor eieren om de vissen mee te lokken. Zes euro voor twee stuks. Geen geld, want als de palingen tevoorschijn zouden komen, bracht ons dat geluk. De priester ging op zijn knieën zitten aan de rand van het bassin en maakte klopgeluiden om de dieren te lokken. Later klapte hij met een vlakke hand op het water. En ja hoor, een aal kronkelde tevoorschijn en deed zich te goed aan vlokken hardgekookt ei. Net een show in het dolfinarium van Harderwijk.
Elke keer als we betrokken worden bij een ritueel, of het nou hindoeïstisch, katholiek, islamitisch of animistisch is, vraag ik me af of we niet worden bedot. Voor we in een animistisch dorp werden toegelaten, moesten we ons, tegen een bescheiden bedrag, in sarongs hijsen. De priester zei pas zijn gebeden op nadat we geld in een schaal hadden gedaan. Na zijn prevelement griste hij de biljetten meteen weg en stopte ze onder zijn kleed. Gaat dat geld naar het dorp? vroeg ik onze begeleider. Nee, zei hij, dat is voor de priester. Van de Hindoestaanse geestelijke kregen we een oranje sjerp om, ook tegen betaling. Ik dacht vaak aan een verhaal van Belcampo, waarin de gemeenteraad van Rijssen besluit om eeuwenoude tradities te verzinnen om zo het toerisme te bevorderen, een naburig dorp had daar veel succes mee. Op de Soenda-eilanden had ik nogal eens de indruk dat we een voorverpakte en ingeblikte versie van een religie of traditie kregen opgediend. Een soort hindoeïsme of animisme light voor toeristen. Als je door buitenstaanders van een afstandje bekeken wordt, ga je ook anders naar jezelf kijken en voel je je misschien geroepen een handzame en verkoopbare versie van je geloof of traditie in het leven te roepen.    
De mensen hier op Lombok, Sumba en Flores hebben natuurlijk gelijk. Toeristen komen naar hun eilanden om iets authentieks en exotisch te ervaren en daar mag je best aan verdienen. Zo begint reizen in een moderne, overbewuste wereld steeds meer op een spel te lijken. Al is religie misschien altijd wel theater geweest, met de priesters, imams en dominees als acteurs. Niet alleen de toeristen moeten betalen voor hun geluk. Ook gelovigen moeten schokken. Niet alleen geld, ook kippen, varkens of runderen. In de middeleeuwen is de St. Pieter gebouwd met aflaten, tussen de armoedige hutjes op Lombok staan schitterende moskeeën, gefinancierd door mensen die geen cent kunnen missen.

Luxe

Vroeger, in de jaren tachtig en negentig, waren we echte budgetreizigers. We sliepen in hotels met wandluizen, reisden in een minibusje door Afrika, waar ik ingeklemd zat tussen voluptueuze zwarte dames, met borsten en billen zo alomtegenwoordig dat ze alle eenzaamheid uit me persten. We aten voedsel dat ons ziek maakte, verzopen bijna in het Voltameer omdat de boot overladen was, werden op een busstation ingesloten door een groep mannen die ons wilden beroven. 
Was ik bang? Meestal niet. Mijn reisangst geldt alleen voor de gevaren die in mijn fantasie bestaan. Als ik werkelijk in een hachelijke situatie verzeild raak, reageer ik nogal secondair. Als de krokodillen echt aan me waren gaan knagen in het Voltameer, had ik dat met een afstandelijke en enigszins geamuseerde blik ondergaan, want ik ben zo sloom dat ik minstens twee uur nodig heb voor ik door heb dat er echt iets te vrezen valt.
Op deze reis beschikken we over een auto met chauffeur en logeren vaak in hotels die hevig concurreren met het paradijs. Schitterende uitzichten vanaf onze veranda op vulkanen, bergoerwouden, rijstvelden en de oceaan. Badkamers met een inpandige tuin. Personeel dat zo vriendelijk en voorkomend is, dat het me haast nerveus maakt. Dat ik mogelijk afstam van oude kolonialen en wie weet nog een voorouder heb die met een VOC-schip naar Indië is gevaren, kan niemand hier iets schelen. Lombok is islamitisch, alle vrouwen dragen lange gewaden en een hoofddoek, maar ze gaan zo vrijmoedig met ons om en benaderen ons met zo’n open blik, dat Fleur Agema er alles van kan leren. 
Mijn blik schampt langs de glanzende buitenlaag van deze samenleving. Vanochtend wandelden we door een arm dorp met bamboe huizen en hutjes met golfplaten daken. Kleine winkeltjes, een moskee met een rieten dak en lemen muren, mannen en vrouwen in kleermakerszit. We leken Willem-Alexander en Maxima wel die door de winkelstraat van Meppel lopen. Iedereen zwaait naar ons, wil op de foto, we knikken en wuiven terug. Het ongemak zit in de minzaamheid die op de loer ligt, de oude koloniaal die elk moment door mijn glimlach heen kan breken, het besef dat ik straks weer terug ben bij het zwembad, de kamer met airco, het ontbijt van yoghurt, muesli en croissants. Vanaf onze ligstoelen kijken we naar de straatverkopers die langs het strand defileren en vanuit de verte houtsnijwerk en geweven kleedjes naar ons ophouden. Van het management van het hotel mogen ze ons niet dichter naderen.   
Drong ik vroeger, als budgetreiziger, dieper door tot het vreemde land dan nu? In ieder geval liep ik meer risico om me te bezeren aan de ruwe kanten. De westerse enclaves die sommige hotels hier zijn, fungeren als schuilplaatsen tegen de omringende armoede, maar houden je ook weg van de vitaliteit van de mensen erbuiten die leven op het scherpst van de snede.

BLIK

Als je op reis bent in een voor jou exotisch land, krijg je zoveel indrukken dat je ze moet sorteren om grip op ze te krijgen. Bij het landschap gaat dat nog het eenvoudigst. We zagen palmen, allerlei soorten fruitbomen (mango, papaya, dragonfruit), rijstvelden, vulkanen, vulkaanmeren, stranden. Het is vooral moeilijk om door de beelden die je al in je hoofd hebt heen te kijken. Mannen en vrouwen die met hun blote voeten in de blubber van de sawa’s nieuwe stekjes planten heb ik vaker gezien: op andere reizen, maar ook op NOVIB-kalenders, in tempo doeloe films, in boeken, op tv. Al sinds ik Multatuli las, lopen Saïdja en Adinda achter hun buffel aan door de terrasvormige rijstvelden (en is er een ‘chief’ of regent die hen uitbuit). 
In eerste instantie zoeken je ogen het herkenbare, het cliché. Pas als je hoofd tevreden vaststelt dat de wereld niet veel anders is dan je had gedacht, dringen zich nieuwe beelden op. De scooters die over de smalle dijkjes van de sawa’s rijden en de stilte openrijten, de oude vrouw met blote borsten die haren heeft die zo intens grijs zijn dat ze verzilverd lijken, het gestage ritme waarin mannen en vrouwen als wajangpoppen langs de horizon bewegen terwijl de vulkaan achter hen langzaam oplost in nevelen. 
En dan is er nog alles wat ik niet zie: dat wat het landschap verborgen wil houden. Vogels die verstopt zitten in het gebladerte, een aap die je begluurt vanuit een boom, een slang die wegschiet in het struikgewas. Er moet iets zijn dat dit door mensen gemaakte landschap voor mij bijeenhoudt. Zijn het de wandelaars door de sawa’s die de beelden aaneenrijgen en de velden en bergen met elkaar verbinden?

Soms voel ik me een reiziger, meestal een toerist. Als we in een kampong op Lombok komen en de man die een bamboehut aan het bouwen is, houdt zijn arm naast die van mij om te kunnen zien hoe wit ik ben, dan ben ik een reiziger. Maar als ik in mijn hotel kom, en de eigenaar wijst me op de oordoppen die op het nachtkastje liggen, omdat veel westerlingen knettergek worden van de luide gebedsoproepen van de muezzins, ben ik een toerist. In de ogen van de mensen hier ben ik dat eigenlijk altijd. Wit, groot, camera, rare taal. Ik neem naar dit land evenveel vreemdheid mee als ik hier zelf ontmoet.

Zendeling

Wie reist neemt zoveel geestelijke bagage mee, dat die tot een fikse bijbetaling zou leiden als die neergeslagen in materie in de koffers had mee gemoeten. Met alles wie je bent, je herinneringen, de beelden die je hebt verzameld, de boeken die je hebt gelezen, kijk je naar een nieuwe wereld en laat die van kleur verschieten. Zo herinnerde ik mij op Sumba en Flores de zendeling. Wat hij ons verteld had op zijn bezoek aan onze lagere schoolklas projecteerde zich op het landschap. Hij was op Borneo geweest en verhaalde over kannibalisme, angstaanjagend tromgeroffel en mannen met speren die hem vanachter het gebladerte beloerden. De zendeling trok door het oerwoud en kwam bij een beruchte stam van koppensnellers terecht. Die ontving hem hartelijk want de ‘inboorlingen’ hadden gezien dat er naast hem een lichtgevende man wandelde met vleugels als van een reuzenvogel.
Meteen wilde ik ook zendeling worden: je beleeft spannende avonturen, en loopt geen risico want er is een engel die over je waakt. Ik deed extra geld in de spaarpot van de zending en het Indische jongetje door wiens mond de kwartjes gleden knikte dankbaar.
In de loop der jaren kantelde het beeld. Je moest mensen niet bekeren want ze hadden hun eigen geloof. Met dat animistische geloof heb ik in de afgelopen weken kennis gemaakt. Oppervlakkig, maar toch. De rituelen in de kampongs en dessa’s blijken minder romantisch dan ik dacht. Nog steeds moet er flink geofferd worden, vooral bij begrafenissen. Karbouwen, varkens, kippen: een ware slachting. Voor een goede oogst is het nodig de voorouders gunstig te stemmen. Kun je je de offers niet veroorloven, dan is er geen begrafenis. Je houdt je geliefde thuis tot er genoeg geld is. Onze gids vertelde van een familie die al 24 jaar lang noodgedwongen haar overledenen in huis hield, gewikkeld in doeken en te ruste gelegd in de familieslaapkamer. 
Op Sumba vinden er elk jaar nog gevechten plaats tussen de jongens van de verschillende dessa’s, de pasola’s. Ze verwonden elkaar met houten speren, soms zo ernstig, dat er elk jaar twee van de honderd strijders sneuvelen. Verwondingen die bij je zijn aangebracht leiden tot een goede oogst, dat wel.
Een Sumbanees vertelde dat zijn volk in de negentiende eeuw zelf de Nederlanders van Timor hadden gehaald om een einde te maken aan de eeuwige strijd tussen de stammen. Ja, de Blanda’s hadden veel goed gedaan en vrede gesticht. 
De dorpen die we bezochten zijn overigens idyllisch genoeg. Prachtige hutten met meters hoge rieten puntdaken. Ze symboliseren de gemeenschap omdat alle individuele rietstengels in één punt samenkomen. De graven van de voorouders liggen voor de huisjes, erop staan hoge megalieten. De palen waarbij de runderen zijn geslacht, zijn rood van het bloed. Mannen en vrouwen zitten in kleermakerszit op de grond. Ze weven, zoeken kruidnagels uit, zijn bezig met houtsnijwerk en groeten ons vriendelijk. Kinderen roepen stralend ‘hallo mister’. Vandaag werden we ontvangen door een ‘chief’. Hij prevelde woorden in zijn eigen taal die ons bescherming moesten geven. Waartegen? Het noodlot, een slechte oogst, ziekte? Hoog op een heuvel staat een beeld van Maria, want de mensen zijn behalve animistisch ook katholiek.
Wat begrijp ik van hun leven? Heel weinig waarschijnlijk. Mijn ogen zijn te westers afgesteld. Ik vroeg onze gids wat belangrijker voor hem was: de traditie of zijn individuele vrijheid. De traditie, antwoordde hij. Het gaat om ‘samen’, je hoort bij je familie en je voorouders, het gaat niet om jou alleen. 
  Ik denk terug aan de zendeling en veroordeel natuurlijk zijn arrogantie om andere volkeren zijn geloof op te dringen, maar ik heb ook onthouden dat hij zei: de mensen in de dessa’s leven in angst en zitten muurvast in hun traditie, hun adat. Ze moeten kippen, varkens, karbouwen en honden offeren anders mislukt hun oogst, maar ze blijven arm omdat ze kippen, varkens, karbouwen en honden moeten offeren.

« Oudere berichten Nieuwere berichten »

© 2025 Henry Sepers

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑

error: Content is protected !!