Hier verschijnt ongeveer om de maand een nieuw gedicht. Soms komt het uit een van mijn bundels, soms is het niet eerder gepubliceerd. Dit keer een niet eerder gepubliceerd gedicht.

1

Ik loop met moeder in de Marktstraat
de huizen hebben zich danig vermomd
de oude veiling is theater
en het huis waarin mijn vader opgroeide
is blind geworden en doof

boven ons drijven wolken van verlatenheid
moeder rent achter de rollator aan, zoekt iets
waarin vader zich kan hebben verstopt

glas-in-lood, smeedijzeren hek,
rottend raamkozijn, voorbij-
ganger oud genoeg voor geheugendrager

in de tv-studio’s langs de kade verderop
schieten lampen aan
camera’s draaien zich warm

de wederopstanding
levert ongemakkelijke beelden op.

2

Moeder gluurt door de brievenbus
misschien ligt pa te glimmen op de mat

ze steekt haar rechteroor, daarna haar neus
door de gevel, hoort de doedelzakmuziek
die de zieke oom maakte
met de blaasbalgen van zijn longen,
herkent de geur van rottende baksteen
volgezogen met vergane ademtochten

ze wil zich hierin mengen en dun als ze is
door de gleuf glijden, wegglijden

maar de dode vader duwt haar terug
zodat ze ligt te spartelen op straat

3

Moeder ijsbeert door de Marktstraat
en hoort mij niet

op zolder zie ik oom liggen
hij kreeg de tering in een bloembed
en kon mijn eeuwig knikkende oma
de stuitligging niet vergeven

de pinkstertalen die hij sprak op de veiling
praten zich rond in het kleine huisje
met de muren van betingel

oom speelt met mij
omdat ik zeven ben
oom moet altijd winnen

moeder ijsbeert door de Marktstraat
en hoort mij niet.

4

Opa zit met zijn hoofd op zijn armen
aan de tafel met het roodbruine
Perzische tapijt waarin harde plekken zitten
van geknoeide etensresten

dit is verleden
dit is gestold voedsel
dit krijg je er niet meer uit

achter hem de schilderijen van zomer
en winter, twee lanen waarvan de ene kaal
de andere getooid met lover

de grap is: als je je richt op wat is verdwenen
hoef je daarna je blik maar iets naar rechts
te verschuiven
of de blaadjes hangen er weer.

5

Radio draadomroep verkondigt
een uitgelekt verleden

de reuzentestikel van Jan-in-de-zak
hangt in een theedoek in de keuken

intussen castreert opa
in het houten schuurtje een kater

de rijke vrouw van de Stommeerweg betaalt
een daalder per ontmanning

zij steelt voordat ze naar haar villa gaat
kruisbessen van de kruisbessenstruik.

6

Moeder, archeoloog van haar huwelijk,
maakt van de rollator een graafmachine
en graaft een kuil vlak voor
de voordeur van nummer 36

ze vindt de resten van: gestampte muisjes,
bruinbrood met jus, wc-deur met hartje,
gestreepte bretels, trouwfoto van schoonouders,
Delftse wonderolie, de doedelzak van oom

moeder stopt ze in een pot, mengt ze en:
daar is hij weer, haar man.

7

De hemel breekt eindelijk open
God smakt met Zijn heilig aangezicht
op de pas geboende stoep van nr. 36

als een gewonde duif ligt Hij daar
te trekken met Zijn pootjes

geschrokken gluurt vader
over de rand van het hemelwak

dit was nu ook
weer niet de bedoeling.

8

God verandert in
een dooraderd brood

Zijn heilig bloed stroomt overvloedig
als wijn door de straatgoot naar de kade
sleurt moeder mee met haar rollator

dorpsramp met de allure
van het eschatologische

de scène wordt gefilmd door een
religieuze vlogger
en krijgt miljoenen likes.