Hier verschijnt ongeveer om de maand een nieuw gedicht. Soms komt het uit een van mijn bundels, soms is het niet eerder gepubliceerd. Dit keer een niet eerder gepubliceerd gedicht.


Tussendoor de hotelkamer
een ruimte onder het regime van de nacht
met het bed als middelpuntzoekende kracht
je ligt omringd door zielen van lijven
die zich hier eerder uitstrekten
ze zijn plakkerig en efemeer als roze suikerspinnen
de mannen en vrouwen met wie je de kamer deelt
je raakt in ze verstrikt, ze dringen je hun verhalen op
er klimmen te veel stemmen langs de muren omhoog
er schudden te veel handen hetzelfde kussen op
en het gedrang in de badkamer van al die vluchtige
naakte lichamen – ze willen op dezelfde pot, onder dezelfde
douche, poetsen hun tanden aan dezelfde wasbak –
is niet te harden, net zomin als hun geuren dat zijn,
verlangens, echtelijke ruzies, seksgeluiden
 
de hotelkamer reist door de nachten
en pikt telkens andere passagiers op
die beschutting zoeken tegen de regen
de onverbiddelijke zon
het kosmische onweer
van zijn en niet zijn.