Henry Sepers

poëzie proza video

Categorie: recensies Tzum (pagina 2 van 5)

Over Op de rok van het universum van Tonnus Oosterhoff

De ruimte van het volledig leven

Je kunt Tonnus Oosterhoff niet verwijten dat zijn nieuwe roman Op de rok van het universum geen plot heeft. Het boek heeft er talloze. Dat komt niet doordat de schrijver, als een volleerde soapauteur, heeft gegoocheld met verhaallijnen. Integendeel: de enige doorlopende geschiedenis die hij vertelt, is die van Roelof de Koning, een dierenarts. Deze babyboomer leidt het plotloze bestaan van de meeste stervelingen: hij wordt geboren, gaat dood en daartussenin deint hij zachtjes mee op de golven van de tijdgeest. Het verhaal over dit weinig opzienbarende leven (‘een broodkruimel op de rok van het universum’) wordt echter begeleid door een stoet van anekdotes, korte essays, prozagedichten en aforismen die de wonderen en de waanzin tonen van de wereld om ons heen. Een paar korte voorbeelden: ‘Twee geliefden kussen elkaar boven in een reuzenrad. Ze verliezen hun evenwicht en vallen dertig meter naar beneden.’ Of : ‘Een nijlpaard probeert een riviergids in te slikken.’  Lees verder >>

Over In de loop van de woorden van Breyten Breytenbach

De opzegstilte van je mond

Het zal niemand ontgaan zijn: vlak na de aanslagen in Parijs van 13 november speelde straatmuzikant Martello voor theater La Bataclan Imagine van John Lennon op zijn mobiele piano. Het was een gebaar dat grote indruk maakte. Hier werd de weerloze kunst geplaatst tegenover de agressie van godsdienstfanaten. ‘De zachte krachten zullen zeker winnen / in ’t eind,’ schreef Henriëtte Roland Holst al. Het is die naïeve hoop, dat verzet tegen de waanzin van de wereld, waaraan Martello stem gaf. Hij gebruikte daarvoor een lied dat een appel doet op de vuurkracht van de verbeelding in plaats van die van een kalasjnikov. De tekst is eenvoudig en nogal clichématig: ‘Imagine there’s no countries, /
 It isn’t hard to do /
 Nothing to kill or die for /
 And no religion too /
 Imagine all the people /
 Living life in peace,’ maar voor het moment wel effectief: soms zitten we niet te wachten op de mitsen en maren van kritische plaaggeesten, maar willen we herinnerd worden aan een helder, kinderlijk verlangen. Wat stellen de ‘echte’ dichters hier tegenover? Hun zwijgzaamheid, omdat ze bang zijn voor sentiment? Hun vermogen om de taal net zolang te ontleden en te bevragen tot ze in kruimels voor ons op tafel ligt? Kunnen onze dichters nog wel stem geven aan wat ons werkelijk bezighoudt, of moeten we het doen met de oorlogstaal van politici? Lees verder>>

Over Idyllen van Ilja Leonard Pfeijffer

Het stille oog

Ilja Leonard Pfeijffer is een virtuoze dichter. ‘Hij viel de poëzie binnen als Genghis Khan,’ luidt de flaptekst van zijn nieuwe bundel Idyllen. ‘Zijn verzengende verzen verpletterden de horigen die rilden van angst en ontzag.’ Natuurlijk, de uitgever hanteert hier het stijlmiddel van de hyperbool, maar wie zich de fysionomie van de dichter voor de geest haalt, kan zich bij deze regels wel iets voorstellen. Pfeijffer is een Michiel-de-Ruyter-lookalike, en zoals de admiraal de zeeën bedwong, legt de dichter de taal zijn wil op. Hij laat de woorden dansen, zingen, krijsen en rijmen dat het een lieve lust is. Ze maken salto’s die meestal eindigen in een dubbele flikflak. Maar levert zoveel machtsvertoon ook goede poëzie op? Lees verder >>

Een Mondriaan in verzen

OVER BEZONKEN VAN ALBERTINA SOEPBOER

Afgemeten naar de mathematische opbouw van Bezonken van Albertina Soepboer, zou je denken dat je met een nogal rationeel project te maken hebt. Alsof de dichteres het zoute, zanderige landschap dat ze beschrijft heeft willen verkavelen, om er zo meer vat op te krijgen. De zestig gedichten van vijf regels (die ook nog eens nagenoeg even lang zijn) staan als rechthoeken in het ruime wit van de pagina’s. En dan heeft de vormgever ook nog eens na telkens vier verzen een open of dichtgelopen cirkel bovenaan de bladzijde geplaatst. Yin en Yang? Een Mondriaan in verzen? Cirkels waren weliswaar een doodzonde voor de schilder, maar als je naar de inhoud kijkt, lijkt een vergelijking met hem toch niet al te gewaagd: Soepboer trekt horizontale en verticale lijnen in haar werk, ze verbindt het ruige, elementaire landschap dat ze beschrijft met de lucht, de hemel. En net als het werk van Mondriaan, blijkt haar poëzie uiteindelijk helemaal niet rationeel, maar eerder mystiek. Al twijfelt de dichter wel aan de kracht van het hogere:

engelval

je moet niet geloven aan de vleugels
maar kenschetsen waar val van komt
je moet niet geloven aan dit daglicht
maar kamers betreden, deuren rukken
tot ik godvergeten naar de kelder zink

Lees verder >>

 

Afdalen in het onbestemde

OVER IN DE OGEN VAN DE GOD VAN HENK VAN DER WAAL

Henk van der Waal is een moedige dichter. In zijn poëzie zet hij zijn eigen ik, zijn zelf, op het spel en dat maakt kwetsbaar. In zijn nieuwe bundel In de ogen van de god gaat hij verder op de weg die hij met Zelf worden (2010) is ingeslagen: de exploratie van het Zelf, het onbestemde, het innerlijk gebied dat in vroeger tijden geassocieerd werd met de ziel of het goddelijke, en dat de dichter voor de moderne mens wil heroveren. Hij doet dat met overgave, zonder de postmodernistische angst voor grote woorden. Ironie en drang tot relativering is hem vreemd. Je kunt de dichtkunst natuurlijk gebruiken om op charmante wijze je observaties van alledag te formuleren, maar deze dichter wil meer. Als hij diep in zich zelf afdaalt, neemt hij de risico’s van een alpinist. Tastend zoekt hij de bergwand af naar houvast. Elk moment kan hij zijn grip verliezen en een doodsmak maken. Lees verder>>

Oudere berichten Nieuwere berichten

© 2018 Henry Sepers

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑