Henry Sepers

poëzie proza video

Categorie: Nieuws (pagina 1 van 7)

Brief aan Jan van Mersbergen

Beste Jan van Mersbergen,

Dat is een stevig stuk dat je over mij en mijn nieuwe roman hebt geschreven als reactie op mijn artikel op Tzum. Ik moet toegeven dat het me heeft geraakt. Niet omdat ik vind dat je gelijk hebt, maar omdat er zoveel agressie uit spreekt. Vanwaar die boosheid? We kennen elkaar niet persoonlijk, hebben elkaar nooit ontmoet. Wil je je eigen positie benadrukken, als auteur die meer succes heeft dan ik? Of heb je nobeler motieven: moet de literatuur gezuiverd worden van ‘dit soort schrijvers’, mensen als ik die het wagen een roman te publiceren buiten de erkende uitgeverij om? Natuurlijk is het mooi dat je de kwaliteit wilt bewaken, maar wees dan wel eerlijk.

Je begint te zeggen dat ik ‘ooit (ben) uitgegeven door De Arbeiderspers, een paar romans’. Dat klinkt denigrerend, en dat is eigenlijk de toon van je hele stuk. In werkelijkheid zijn er in de twintig jaar dat ik bij AP publiceerde, vijf romans en twee dichtbundels verschenen. Een teken dat de uitgeverij in me geloofde. Ik heb in die jaren met uitstekende redacteuren samengewerkt en natuurlijk stond ik open voor kritiek.

Je bent ook gaan googelen om een stokoude koe uit de sloot te halen. Een als recensie vermomde advertentie in Vrij Nederland van 1997. Dit was op het randje, dat is waar. Het idee kwam alleen niet van mij, maar van mijn uitgever. Die was gefrustreerd vanwege het gebrek aan aandacht voor mijn roman Bedachte stad. Misschien had ik hem tegen moeten houden, maar ik was, ik geef het toe, vooral blij met zijn steun en zijn geloof in de kwaliteit van mijn werk.
Dan word je echt vals. Je knoopt citaten uit mijn Tzum-artikel aan elkaar op een manier waardoor een raar beeld  ontstaat en haalt me ook nog eens verkeerd aan. Niet mijn uitgever heeft gezegd dat hij alleen nog in zee ging met debutanten en Bekende Nederlanders, maar een literair agent. Dat is wat er staat. De uitgever parafraseer ik dan juist weer wel in de zin: ‘Het boek was goed, echt waar, maar de afdeling Verkoop zag er geen heil in,’ terwijl jij net doet of ik dat zelf zeg. Met dat citaat ga je vervolgens aan de haal, je maakt er meteen maar een running gag van. Grappig, maar je verdraait wel mijn woorden. Want geloof me, ik vind net als jij dat anderen moeten uitmaken of een werk geslaagd is of niet.
Je laatdunkende toon bereikt een hoogtepunt met polemische pareltjes als ‘dozen in de gang’ en ‘Geraniumsteeg’. Vooral met dat laatste wil je me kleineren en onder de gordel raken. Eigenlijk ga je nogal respectloos met me om.

Gelukkig neem je wel de moeite om mijn website te bezoeken, waar een fragment uit De aanwezigheid van Lara op staat. Maar meteen bij het eerste zinnetje ga je los. ‘Yves is al een eeuwigheid met Yvette.’ In jouw taal kun je blijkbaar een relatie niet zo aanduiden (x is met y). Nu woon ik in Amsterdam-Oost en misschien spreken we daar een ander dialect, maar hier is het uitstekend Nederlands. En dan dat ‘eeuwigheid’, dat mag ook niet. Het moet concreter. Twintig, dertig, vijftig jaar. Weet je dan niet dat ‘een eeuwigheid’ in het Nederlands de bijklank van verveling heeft? Zou het niet kunnen dat ik het woord om die reden gebruik?
Zo gaat het nog een tijdje door. Ik mag niet schrijven dat iemand een kat neemt. Dat moet ‘koopt’ zijn. Waarom? Omdat het zinnetje anders bij jou associaties met bestialiteit oproept? Ik geef les op een middelbare school en daar kijk ik altijd een beetje uit met het woord naaien. In een brugklas leidt dat al gauw tot gegniffel. Blijkbaar beschik jij nog steeds over de kinderlijke gave om dit soort dubbelzinnigheden onmiddellijk te detecteren.
En tja, dat je mijn personage met ‘die pipo’ aanduidt: je krijgt er beslist de lachers mee op je hand.

Serieuzer is je kritiek dat mijn proza te springerig, te weinig ingekleurd is. Zou het niet kunnen dat ik dit expres doe? Het fragment komt ergens uit het midden van het boek en betreft een fantasie van de hoofdpersoon. Hij projecteert zijn eigen obsessies op de bewoners van een klein Frans dorp en doet dat inderdaad met korte verhalen, geschreven in een met-grote-stappen-gauw-thuisstijl. Het zijn sprookjes. Concentraten van levensverhalen. Dat heeft een functie in deze roman. Jij kon dat niet weten, maar misschien moet je een boek ook niet afkraken op grond van slechts één fragment.

Ik wil je daarom uitnodigen om de hele roman te lezen. Doe dat dan wel op een onbevangen manier, niet met de vooringenomenheid waarmee je die paar bladzijden te lijf ging. Je kunt een gratis exemplaar bij me komen ophalen, daar doe ik niet moeilijk over.

Met hartelijke groet,

Henry Sepers

Nieuwe gedichten in de Poëziekrant

Mijn cyclus Oudkarspelse gedichten staat in het nieuwste nummer (2018-2) van de Poëziekrant!

De nieuwe Anita

Op 20 september 2016, rond 21.30, zal ik gedichten voordragen in De nieuwe Anita, Frederik Hendrikstraat 111, Amsterdam.

Arnon Grunberg schrijft een Voetnoot over Een lastige klas

Op 16 juni heeft Arnon Grunberg tijdens een extra les Nederlands het eerste exemplaar van Een lastige klas in ontvangst genomen. En op 18 juni stond opeens deze Voetnoot op de voorpagina van de Volkskrant.

 

2bc98eb893c968995d3435ebd881423b

Presentatie Een lastige klas

De def Kaft (7)aangepast

Op 20 juni om 20.00 wordt in de aula van het Vossius Gymnasium te Amsterdam de verhalenbundel Een lastige klas gepresenteerd. De verhalen zijn geschreven door de leerlingen van klas 3c van het Vossius tijdens de lessen Nederlands van Henry Sepers, die de bundel ook heeft samengesteld. Lees hieronder vast het Woord Vooraf bij de bundel.

 

Woord vooraf

Een onbekende klas doet zich in het begin aan de leraar voor als één groot organisme. In het geval van klas 3c: een vrolijk, maar nogal chaotisch wezen met 52 ogen, armen en benen. De klas had al gauw de reputatie ‘lastig’ te zijn. De talloze ledematen bewogen te ongestructureerd, de meeste ogen waren gericht op het gewriemel van het eigen grote klassenlijf (en dus niet op het bord), en er ontsnapte nog weleens een brutale opmerking uit een van de monden. Nee, de eerste tijd was 3c niet altijd makkelijk. Maar het hoort erbij. Docenten en ouders zijn nu eenmaal de krabplankjes waaraan kinderen hun nageltjes scherpen en als volwassene heb je je daarbij neer te leggen.

De hydra was gelukkig geen lang leven beschoren: al gauw wrikten zich uit het grote lichaam van de klas individuen los. Zoals Max, die vaak als een Romein aanlag aan zijn tafeltje (maar later wel zijn vrienden hielp met hun schoolwerk). Eline, die mij versloeg met sjoelen én tafeltennis. Anne, die het gevecht met zichzelf aandurfde. Lili, die het krijgen van een compliment (voor haar mooie verhaal) maar lastig vond. De stoere Yaela, de stille Jesse, de… Ik kan ze helaas niet allemaal noemen, maar dat is ook niet nodig, want ze stellen zichzelf al aan ons voor in de verhalen die ze hebben geschreven voor dit boek.

Wat was de opzet? De leerlingen kregen de opdracht om drie verhalen te schrijven die met zichzelf te maken hadden. Ze mochten verzonnen zijn of ‘echt gebeurd’. Als ze maar gingen over de wereld van een ongeveer vijftienjarige puber in het jaar 2016.  Het beste verhaal zou in het boek komen. Ter voorbereiding van het project kwam de uitgever van Athenaeum-Polak & Van Gennep op school om over zijn vak vertellen en de redactie mocht op bezoek bij Querido. Andere groepjes hielden zich bezig met productie, vormgeving of publiciteit.

Dit boek is dus helemaal door de leerlingen zelf gemaakt, en daarom ben ik ook zo trots op ze. Ze hebben lef getoond, door iets van zichzelf prijs te geven. Ze laten hun onzekerheid zien, maar ook hun kracht. Maken duidelijk dat ze hun ouders feilloos door hebben, maar ook onvoorwaardelijk van hen houden. Kunnen goed observeren, en oordelen opvallend genuanceerd over conflicten waarin de volwassenen zich juist schrap zetten.

Sommige van de verhalen zijn puur fictie, andere autobiografisch. Ze gaan over grote broer of kleine zus, de ziekte van moeder, de dood van opa, honkbal, vader die M&M’s mee naar boven neemt in de hoop op contact met zijn zoon. Ik vind het heel bijzonder hoe de leerlingen van 3c ons een blik in hun hoofd hebben gegund. Deze klas is geen veelkoppig monster, maar bestaat uit 26 heel verschillende leerlingen, met allemaal hun eigen achtergrond en verhaal.

En wat het ‘lastige’ van de klas betreft: alleen als je grenzen durft te verkennen en eigenzinnig bent, kun je een boek als dit schrijven. Want laten we eerlijk zijn: de meeste ouders en docenten vinden dat ‘moeilijke’ stiekem leuk. Het bewijst dat deze jonge mensen volop in het leven staan en zich ontwikkelen. Voor mij was het een voorrecht om dat van zo dichtbij te mogen meemaken.

 

Henry Sepers

mentor en docent Nederlands

Oudere berichten

© 2018 Henry Sepers

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑