MAG_je-zadelt-je-een-vlinder

Je zadelt een vlinder, poëzie, uitgeverij Magonia 2015

In zijn nieuwe bundel brengt de Henry Sepers ons o.a. naar de Franse Limousin, waar innerlijk en landschap in elkaar over lijken te lopen: ‘in de naakte aarde en meertjes, zie je je eigen vlees en bloed.’ De dichter ‘zadelt een vlinder’ op zoek naar ‘de heuvel van het kind’ en wil een jonggestorven meisje opwekken uit de dood om haar ‘te bekleden met weefsels zo teer, als nimmer tijdens haar eerste leven.’ Werkt de magie van het woord nog? In Je zadelt een vlinder doet Henry Sepers er alles aan, om deze vraag met een luidkeels ja te kunnen beantwoorden.

‘Het thema van de terugkeer naar het voorbije en verlorene wordt hier (…) overtuigend uitgewerkt.’
‘(…) in Sepers’ gevoelige taalspel wordt afwezigheid volte.’
Rob Molin in De Poëziekrant

‘Sepers heeft ontegenzeggelijk een eigen stem’  
Biblion

436973 U0C Sepers_Spreekt:Sepers Spreekt

Spreekt de troubadour, poëzie, De Arbeiderspers 2012

Spreekt de troubadour is de tweede poëziebundel van Henry Sepers. Was eerder Ovidius zijn inspiratiebron, in Spreekt de troubadour richt hij zich op de twaalfde-eeuwse lyriek van de Langue d’Oc. De gedichten gaan o.a. over ‘een alles heiligende taal’, een liefde die zo verinnerlijkt is dat ze buiten de geest niet meer kan bestaan. De kunst zit het lichaam in de weg, de princesse lointaine wordt gekooid in het hoofd van de minnaar. Is er ontsnapping mogelijk, voor haar, voor hem?

‘een waarlijke liefdesbundel’
Thomas Möhlmann in Awater.

‘Erotische en geestelijke minne resonerend in ongezochte metaforen’
Biblion

Baaierd

Baaierd, poëzie, De Arbeiderspers, 2009

In 1989 debuteerde Henry Sepers als dichter in De Held. Daarna manifesteerde hij zich vooral als prozaïst. Wel is hij altijd poëzie blijven schrijven. In zijn laatste twee romans, De Zondaars (2005) en Superlive (2001) zijn ook gedichten opgenomen.
Nu komt hij met Baaierd, een debuutbundel over mythevorming in de jeugd, maar ook over de onttovering die daar onherroepelijk op volgt, over een terugkeer naar de chaos, het ongeordende begin waar nieuwe vormen uit kunnen ontstaan. De dichter wil God bevrijden van dressuur, laat een meisje een engel neerschieten, en gaat op zoek naar resten zachtheid in een door Medusa versteende vrouw.  Krijgt hij zo vat op het perpetuum mobile van het bestaan? Enkele gedichten uit Baaierd zijn eerder gepubliceerd in De Poëziekrant en De Gids.

‘Beeldend en treffend’ ‘…interessante expeditie door het hoofd van een afvallige.’
Rob Schouten in Vrij Nederland

‘Baaierd (…) is een bijzonder dichtersdebuut, tussen hel en hemel, tussen Google en de Grieken.’
Mario Molegraaf in Provinciale Zeeuwse Courant

(…) de genese van een authentiek en waardevol dichterschap’
Pascal Cornet in De Poëziekrant
Lees hier de volledige recensie.


‘Maar ook nu nog (…) wordt door dichters getoond hoe levend de klassieken zijn en blijven. Ook Sepers pakt hier op wat anderen eerder oppakten, om het op te poetsen met geheel eigen doek en in geheel eigen licht de mythologie weer te laten glanzen.’
Thomas Möhlmann in Awater

zondaars

 

De Zondaars, De Arbeiderspers, 2005

Jurre van Lier is een lang, broodmagere rietstengel, een levende Giacometti. Als zodanig is hij het belangrijkste model van zijn vrouw, Mirza, een beroemd beeldend kunstenaar. Hoewel hij door een erfenis een gefortuneerd man is geworden en niet hoeft te werken, heeft hij gesolliciteerd naar een leraarsbaan op een middelbare school en is daar aangenomen. In De zondaars is van meet af aan voelbaar dat er iets broeit en smeult in de ziel van Jurre van Lier. Hij raakt geobsedeerd door Myrthe Palm, een van zijn leerlingen, in wie hij de dochter ziet die hij altijd had willen hebben. Hij gaat zelfs zover dat hij met Myrthes moeder aanpapt om in haar buurt te kunnen zijn. Ook achtervolgt hij een collega die ervan is beschuldigd Myrthe seksueel te hebben geïntimideerd. De Zondaars is een roman die de lezer tergend langzaam in zijn wurggreep krijgt. Maar op het moment dat je de hand van de schrijver wilt loslaten is het te laat. Onontkoombaar word je meegesleurd in een noodlottige maalstroom van gebeurtenissen.

‘(…) De zondaars is goed geschreven en intrigeert dusdanig dat je nieuwsgierig blijft naar wat die sladood nu eigenlijk bezielt.’
Edith Koenders in De Volkskrant

‘In De zondaars komen verschillende verhaallijnen op een subtiele manier samen. Sepers ontleedt fijntjes het mechanisme van menselijke handelingen én gedachten die onvermijdelijke gevolgen hebben.(…) De stukjes poëzie die aan de hoofdstukken vooraf gaan bevatten altijd originele vindingen en benadrukken het onheil dat gaat komen.’
Myrthe Kamphuis in 8weekly

‘(…) een hoogst eigenaardig , maar ook scherp en intrigerend verhaal over een underdog die keihard terugslaat.’
in Metro (Vlaamse editie)

superlive

 

Superlive, De Arbeiderspers, 2001

Als zijn grote ster Riva Diva dreigt op te stappen, doet regisseur Jeremias Grool haar een bijzonder voorstel. Hij wil dat ze een kind voor hem baart. Conceptie (via ivf) en geboorte zullen direct worden uitgezonden op een nieuwe tv-zender: SUPERLIVE. Vervolgens zal het leven van het meisje (want dat moet het worden) vierentwintig uur per dag op televisie te volgen zijn. Riva accepteert het aanbod en een jaar later wordt Léanne geboren. SUPERLIVE is een enorm succes. Léanne wandelt dagelijks door miljoenen Nederlandse huiskamers. Een groep kinderloze vrouwen (de moeders) ziet haar zelfs als hun eigen dochter. In de loop der jaren groeit het meisje uit tot de allerbekendste Nederlander. Maar op haar achttiende verjaardag verdwijnt Léanne plotseling. De kijkers geven Grool de schuld en bedreigen hem. Commissaris Vaandrig besluit de regisseur naar een veilige plek te laten brengen. Daar wordt hij geconfronteerd met wat hij in de maatschappij, maar vooral bij zich zelf heeft aangericht. SUPERLIVE gaat niet alleen over reality-tv maar is ook een roman over kinderloosheid, schuld en boete.

‘Toen Henry Sepers zijn roman SUPERLIVE aan het schrijven was, had nog niemand gehoord van Big Brother of The Truman Show. Sepers zocht naar een ultieme vorm van “pronkende en gruwelijke openbaarheid” en is daar aardig in geslaagd. Het is de vraag hoe lang SUPERLIVE nog science-fiction is.’
Suzanne Weusten in Psychologie Magazine

‘(…) het verhaal smeekt gewoon om een verfilming (…)’
Koen Eykhout in De Limburger

bedachtestad

Bedachte stad, De Arbeiderspers, 1997

Precies een jaar na de dood van zijn dochter reist Johannes Buwalda terug naar Windhoek, de hoofdstad van Namibië. In een kroeg betaalt hij een pprostituee het honorarium voor een samenzijn van twaalf uur, niet om met haar de liefde te bedrijven, maar om haar zijn levensverhaal te vertellen. Dat verhaal is er een over stedebouwkundige mislukkingen (Buwalda was de architect van Zuidweststad, waarin menige lezer Almere zal herkennen), over de deconfiture van zijn huwelijk, en over de oudtestamentische strijd met een journalist die zijn ontwerp bekritiseert en zijn persoonlijk leven binnendringt. Maar het is vooral het verhaal over de fatale trektocht door namibië die hij maakte met Zoë, die wanhopig ontspoorde dochter van hem die hij zo lang niet had gezien. Wie draagt er schuld aan Zoë’s verrotte leven? En wat moet Buwalda met de hoer Miranda als hij, in het laatste uur, zijn biecht voltooid zal hebben?
Bedachte stad is een meeslepende raamvertelling over kunst en leven, werkelijkheid en fictie, schuld en rouw, zuiverheid en zwarte gal.

‘Het is een boeiend verhaal. (…) zijn beste boek tot nu toe’
Theo Hakkert in Trubantia

‘De lezer wordt in Bedachte stad meegezogen in een verhaal dat niet alleen van Nederland naar Afrika leidt, maar ook een aangrijpende analyse maakt van een gestoorde vader-dochterrelatie.’
Jos Gerits in De Morgen

 

kunstenaars

De kunstenaars, De Arbeiderspers, 1994

Natuurlijk had ik de schijn tegen. Ik was de geslaagde burgerman. Kwaliteitspakken, twintig verschillende stropdassen, een modeltuin, een mooie vrouw. Ik gaf nooit blijk van de behoefte de liefde te bedrijven op de eettafel tussen het bestek en de nog lauwwarme schalen, wilde niet op vakantie naar Vuurland, de Gobi-woestijn of de Orinoco en weigerde naakt rond te rennen op een zonovergoten Bounty-paradijs om me door haar als een zeldzaam dier te laten vangen en met een zweepje tot een orgasme te laten slaan.’
Herman, een keurige echtgenoot, wordt door zijn vrouw in de steek gelaten. Kunst en kunstenaars hadden sinds haar vroegste jeugd op Emma een onweerstaanbare aantrekkingskracht. Als twaalfjarige stond ze al model voor haar vader, een beroemd fotograaf. Nu stort ze zich op Vincent, een jeugdvriend van haar man. De briljante student, die iedere hoogleraar tot wanhoop dreef met zijn kritische opmerkingen, blijkt volledig aan lager wal geraakt. Maar hij tekent en schildert. Emma besluit dat de wereld niet langer onkundig mag blijven van dit miskende genie: zij neemt hem onder haar hoede. Herman op zijn beurt wil de wereld laten zien dat een gewone burgerman het niet hoeft te verliezen van een artistiekeling. En zo wordt deze tweede roman van Henry Sepers het verslag van een beklemmend gevecht tussen vrienden.

‘De kunstenaars is een amusante satirische roman over maatschappelijke ontwikkelingen in Nederland en over Amsterdamse toestanden.’
Jos Gerits in De Morgen

feestvandemollen

Het feest van de mollen, De Arbeiderspers, 1993

Op zijn vijfendertigste verlaat Peter Wambuis de grote stad en reist af naar een vlek in het uiterste oosten van Nederland. Hij heeft zijn baan aan de universiteit opgegeven en wordt conciërge in een dorpshuis. Waarom trekt hij zich opeens diep in de provincie terug? Tegen dominee Jonker beweert hij dat hij wil ‘versterven’. Maar is het feit dat hij in de ban raakt van Inge, een jong meisje dat regelmatig het dorpshuis bezoekt, daarmee niet in tegenspraak? Via dagboekfragmenten komt de lezer meer te weten over Peters verleden. Wanda, de vrouw met wie hij samenleefde, is op een dag naar Argentinië vertrokken en laat lange tijd niets van zich horen. Uiteindelijk blijkt dat ze zich ergens hoog in de Andes bevindt, in Peru. Peter besluit haar op te sporen. De actie die hij onderneemt leidt tot een dramatische climax. Het feest van de mollen is een roman over stad en provincie, droom en werkelijkheid, levensdrift en doodsdrift. Peter wil volledig opgaan in ‘het grandioze feest van de vergankelijkheid’, maar hij heeft zijn karakter en de eeuw waarin hij leeft tegen. De gelukkige eenzaamheid van de kluizenaar is voor hem niet weggelegd.

Het feest van de mollen is een van de beste debuten die ik de laatste tijd gelezen heb.’
Jos Gerits in De Morgen

‘Het sympathieke van Sepers is dat hij een ernstige probleemstelling toch luchtig laconiek verpakt.’
André Matthijse in de Haagsche Courant

‘…blijft boeien door de rake beelden en beschrijvingen. Je leest het in één ruk uit. (…) een geslaagd debuut. Nederland is een nieuwe schrijver rijker. Een schrijver van wie nog veel mag worden verwacht.
Jacob Moerman in de Drentse Courant